Terug naar het overzicht.Piero della Francesca; de ideale stad

Renaissance; ca. 1350 - 1575
Langzaam gaat het beter met Europa. Tijdens de laatste eeuwen van de Middeleeuwen (Gotiek) wordt de mens zich steeds meer bewust van zichzelf en wat hij/zij doet. De economie bloeit, en er is een politieke stabiele periode. Door alle omstandigheden worden de mensen rijker en (een kleine groep) machtig. Daardoor vermindert het aanzien van de kerk. De kerk blijft ontzettend belangrijk en richtinggevend voor de mensen, maar nu gaan ze zelf ook denken. En dat kunnen ze! Er wordt van alles en op allerlei terreinen uitgevonden. Van het horloge tot aan dat de aarde rond is en om de zon draait. Dat de mensen zelfbewuster zijn en niet meer zo klakkeloos geloven wat de kerk zegt is wat we HUMANISME noemen. Dat zelfbewustzijn krijgt een belangijke rol in de gedachten van de mensen. Men wil zich onderscheiden in plaats van netjes in de pas lopen. Steden krijgen meer invloed: stichten universiteiten. Wetenschap komt tot bloei. Ontdekkingsreizen, men wordt steeds nieuwsgieriger. Men blijft overigens nog wel gewoon in God geloven; dat duurt nog 400 jaar.
Ach, zoals zo vaak: het een lokt het ander uit. Inspiratiebronnen Aandacht voor de mens en natuur: kennis anatomie en perspectief Herontdekking van klassieke idealen: evenwicht, harmonie, symmetrie, compositie, gulden snede.


Giotto, Annunciatie, 1306 Fra Angelico, Annunciatie
Sandro Botticelli, Annunciatie; 1485
Giotto di Bondone, Annunciatie, 1306
Fra Angelico, Annunciatie, 1432 Sandro Botticelli, Annunciatie, 1485

Waarom ontstaat de Renaissance in Italie?
Geografische ligging ideaal voor handel. Tussen de 'Oriënt' en het 'Westen'. Men komt in aanraking met andere culturen. Er wordt al eeuwen gehandeld met het Oosten en door de ontdekking van de Zijderoute door Marco Polo komt daar echt vaart in. Italie wordt de overslaghaven tussen oost en west. Tussen de verschillende stadstaatjes ontstaat flinke concurrentie. Iedereen wil wel de beste schilders, het mooiste stadhuis, de grootste duomo, en later ook de grootste universiteit. Bologna begint ermee. Als Parijs de tweede universiteit in Europa opent zijn de Italianen behoorlijk gepikeerd, en binnen de kortste keren zijn er verschillende universiteiten in Italie.

Er worden opgravingen gedaan, en uit alles blijkt welk een enorm niveau de beschavingen hadden die hier in de Oudheid waren. Men woont en leeft op resten van de klassieke oudheid. En daar zijn ze langzamerhand poepietrots op. Die beroemde Romeinse Keizers, die alles zo goed voor elkaar hadden leefden toevallig hier, en het waren wel mijn voorouders!!    


Aan het eind van de 14de eeuw wordt de boekdrukkunst uitgevonden. Dat wil zeggen, eerst hakten ze een hele bladzijde uit een plank.
Die plank kon je dus alleen voor die bladzijde gebruiken. Toen kwam iemand - na honderden aparte bladzijden en een paar miljoen vastgebakken ´aatjes´ en ´ennetjes´ - op het idee om losse letters te gaan maken! Daar kun je steeds andere teksten van maken, en dan de letters ook nog voor een ander boek gebruiken. Een gouden greep die tot 50 jaar geleden gebruikt is. 

De Huomo Universalis is een begrip uit die tijd. Hoe meer je kon, zoveel te meer aanzien je genoot. Op artistiek en curtureel gebied dan wel te verstaan. De beroemdsten en bekendsten zijn natuurlijk Michelangelo Buonarotti (beeldhouwer, schilder en architect) en Leonardo da Vinci (schilder, tekenaar, anatoom en uitvinder)
.. 

Leonardo da Vinci; Vetruviusman
Rafaello Sanzio, De school van Athene Michelangelo Buenarotti, De schepping van Adam, Sixtijnse kapel
Leonardo da Vinci, Vetruviusman, ca 1490
Rafaello Sanzio., School van Athene, 1511 Michelangelo Buenarotti, De schepping van Adam, 1509

Kenmerken van Renaissance schilderkunst:

- Lijnperspectief; kikvorsperspectief en vogelvluchtperspectief worden ineens veel gebruikt.

- Atmosferisch perspectef, voor warm achter koel. Zo ontstaat op een eenvoudige manier diepte in het werk. De warmte wordt gesuggereerd door warme (geel, oranje, rood) en heldere kleuren, de koelte met koele (blauw, koudgroen, blauwpaars) en vage tinten.

- Onderzoek naar de anatomie (Leonardo da Vinci) met de daarbijbehorende porportieleer. Leonardo en Michelangelo waren de eersten, maar al snel weten alle kunstenaars hoe een mens in elkaar zit.

- Verandering van onderwerpen. In de Renaissance gaat de kunst niet meer alleen over de religie, maar ook over mythologie.
Verder ontstaat er een bloeiende portretcultuur. Dat zat ´um´ in de bewustwording natuurlijk. Wie gezien wilde worden liet een portret schilderen door een (bij voorkeur bekende en) goede schilder.

- Het ontdekken van olieverf in Vlaanderen. Dit heeft enorm veel voordelen boven de frescotechniek. Daar konden ze in het noorden zoiezo al wat minder mee, omdat het klimaat hier te nat is. De schilderingen schimmelden soms van de muren af.. De olieverf daarentegen kon op paneel of doek geschilderd worden. En er kwam geen water aan te pas, alleen olie, terpentijn en pigmentpoeder.
Verder kon je met olieverf (in vergelijking met de fresco) eindeloos detailleren, intense kleuren maken, mooi met transparante lagen over elkaar werken (glaceren) en je hoefde niet op te schieten, want de olie had twee dagen nodig om overschilderbaar te zijn. Je kon er dus echt eindeloos aan doorpielen als je dat wilde en kon.

Renaissance Beeldhouwkunst.
Ach, bekijk de David (op de startpagina) en deze Piéta (bewening) maar eens goed. Buitengewoon goed uitgevoerde figuren, mooi gehakt, strak in het vel. Zeer naturalistisch. De beelden lijken in uitstraling ook wel op de oude Griekse en Romeinse beelden. Statisch, goed geproportioneerd, mooi materiaalgebruik, evenwichtig. Vaak ook wat koel. Niet de climax wordt uitgebeeld, maar de overpeinzing ervoor of erna. Naar binnen gekeerd, niet uitbundig, geen gedoe. Verder niet kinderachtig in afmetingen, vaak minstens levensgroot.  David meet ruim vier meter en als Maria hieronder gaat staan haalt ze de twee meter wel. Dat past ook wel bij de Italianen; een beetje overdrijven. ..

Michelangelo_Pieta_1498
S. Maria delle Carderi, Prato
Interieur van de koepel Sa Maria d. Carceri
Sa Maria delle Consolatione, Todi2
Michelangelo Buenarotti, Pièta, 1498
Santa Maria delle Carceri, Prato
Santa Maria delle Carceri, binnenkant van de koepel
Santa Maria delle Consolatione, Todi

Renaissance architectuur

Sfeer in de kerk wordt zeker ook bestemd door materiaalkeuze in de ramen: albast (Romaans), gekleurd glas (Gotiek) of blank glas.
In de Renaissance willen ze duidelijkheid. in de kerken wordt dus veel voor blank glas gekozen. Niks mystiek. God is groot en alomtegenwoordig, maar ook heel duidelijk.  In de kerkbouw worden nieuwe dingen uitgeprobeerd. De goddelijke harmonie uit zich in de orde en regelmaat: centraalbouw dus. Op een dubbelsymmetrische plattegrond wordt met behulp van pendentieven een koepel gebouwd. Geen frutsels.
Verder zijn duidelijk onderdelen van de klassieke bouwkunst terug te vinden. Kijk maar naar de kerken hierboven.

Kenmerken architectuur Renaissance
Gebouwen worden opgebouwd uit wiskundige vormen; kubus, cilinder, balk, bol, koepel, enz..
Leesbaar en duidelijk; je kunt goed zien hoe het gebouw is opgebouwd welke vormen zijn gebruikt.
Alles houdt verband met elkaar; de vormen zijn op elkaar afgesteld.
Grote lege muurvlakken, weinig decoratie.
Centraalbouw wordt vaak toegepast; dat weerspiegelt de Goddelijke orde nog het meest.

Klassieke elementen als rondboog, zuil, tympaan en pilasters worden volop toegepast, lekker klassiek.
Weinig kleur, horizontale accenten vaak met grijs; In de Renaissance is evenwicht en harmonie het belangrijkste, en veel kleur is rommelig.. 

Terug naar het overzicht.