Terug naar het overzicht.

Oudheid: Grieken, Romeinen.

Hoog Grieks KourosVroeg Griekse KourosGrieken zijn denkers ; ze filosoferen, redeneren, vinden (een soort) democratie uit, die overigens per stadstaat ook weer anders in elkaar zat. ze besteden veel aandacht aan kunst en cultuur. Er zijn veel theaters en beschrijvingen van opvoeringen bewaard gebleven. 

Kunst: er wordt een ideaal, volmaakte mens weergegeven. Het beeld staat in ‘contraposto’. De anatomie is perfect. Het beeld kan van alle kanten bekeken worden. Voor het zover is, is er natuurlijk wel een paar eeuwen geoefend.....
Hiernaast links een vroeg-Grieks beeld. Het beeld staat vrij stijf en heeft een schematische aanduiding van onderdelen en spieren. hiernaast aan de andere kant een Hoog-Grieks beeld. Het beeld staat onopvallend, als of het zo weg kan lopen. Hier is de contraposto-houding goed te zien. Leunend op één been met het andere been losjes,  klaar om iets te gaan doen. Door op één been te leunen staan de heupen niet recht, en om het evenwicht te bewaren gaan de schouders dan dus de andere kant op. Probeer maar uit!


Griekse tempelGebouwen zijn van meet af aan zeer evenwichtig en vaak ook heel groot. Van natuursteen gehakt en gestapeld; architraafbouw. Dat wil zeggen: met hoge zuilen waarop dwarsbalken (de architraaf) rusten. Door deze constructie staan de tempels wel vol met zuilen. Dat geeft niet, want het is de tempel voor de (lokale of landelijke) godheid. Die vraagt geen zalen met gelovigen, maar offergaven en die kunnen in de cella (dichte kamer) aan de achterkant.
De Grieken dachten uit - eerst in theorie natuurlijk - hoe ze konden voorkomen dat hun tempels te erg zouden vertekenen door hun enorme afmetingen. Zij ontdekten het eerste gezichtsbedrog. Als je de zuilen bijvoorbeeld in het midden ietsjes dikker maakt lijkt het of ze rechter zijn. Dat is natuurlijk niet zo, daar worden ze echt niet rechter van, maar als ze het niet zouden doen lijken ze in het midden dunner! Dat wil je niet als tempelbouwer voor je godheid.


Romeinen zijn echte doeners.
Ze kijken af en ze kijken het aan en ze zijn geweldig praktisch. Afkijken mag, mits je het zelf maakt.
Ze kopiëren en passen dingen aan, net hoe het uitkomt, schilderen het hele huis vol met fresco’s.  De afbeeldingen zijn realistisch. De ene keer eens een bezigheid die bij de ruimte hoort, de andere keer juist een vergezicht waar een raam niet had misstaan. Of gordijnen met zuiltjes ertussen, decoratie dus.
Ze vinden – door veel te proberen – baksteen en beton uit. Ze bouwen in 120 na Chr. het Pantheon, een ruimte met een koepel van 43 meter doorsnede zonder steunpilaren eronder!
Ze ontwikkelen ook de rondboog en het ton-gewelf. Nu kunnen ze - voor hun rechtsspraak - een grote zaal maken, die niet vol met zuilen staat.
Romeinse Gewelfconstructies

Romeins waterverdeelstation
De Romeinen hadden voortreffelijke ingenieurs. ze hadden al snel door dat je een grote stad in zo'n warm land als (bijvoorbeeld) Italië alleen bewoonbaar houdt als je een goed ewaterhuishouding regelt. En daar bedachten ze een heel stelsel van leidingen, aquaducten en verdeelstations voor. Met die boog-gewelven bouwen ze niet alleen openbare gebouwen als rechtszalen, maar van alles, tot aan de waterleiding toe.
De Romeinse aquaducten zijn wereldberoemd. Van kilometers ver uit de bergen wordt water in de steden geleid, om daar in een verdeelstation te worden verdeeld in 1) water naar de badhuizen 2) water naar de fonteinen en 3) water langs de latrines. Als er krapte was kon bijvoorbeeld de toevoer naar de fonteinen dicht. Of als er hoog bezoek kwam (de keizer bijvoorbeeld of een belangrijke consul) dan moesten juist de fonteinen vol open, en de badhuizen in de buitenwijk even dicht. Wie daar dan last van had boeide hen weer minder. .
Pont du Gard
Het grote vierkante gat is de uitkomst van het aquaduct. Het water stroomt zo uit de bron - in dit geval uit de Eure bij Uzes, 53 km.noordelijk - hup de stad in.  

Het verval over die 53 km is 17 meter; ruim 3 cm per strekkende meter.  Genoeg om te blijven stromen (stilstaand water bederft immers), te weinig om het aquaduct echt uit te slijten.  

Het kan eeuwen mee...

De aquaducten zijn eeuwenlang gebruikt. Hele stukken zijn nog bruikbaar. In Europa zijn zelfs altaren gebouwd van de kalkafzettingen uit Romeinse aquaducten. Het is een mooi gelaagde steen en wordt alleen gebruikt voor heel bijzondere stukken.

Hieronder een Romeinse latrine - een groepstoilet dus.  Enorm gezellig en met de hele dag stromend water onderlangs!

Romeinse latrine
Democratie hadden ze minder mee. Te veel werk, te onduidelijk. Het volk houd je zoet met brood en spelen. Er werden - zeker in de hoogtijdagen duizenden broden per dag uitgedeeld aan armen en andere behoeftigen.

De beeldhouwers die bij de Romeinen in het begin het werk deden waren ofwel Griekse krijgsgevangenen of Griekse gastarbeiders. Daardoor heeft de Romeinse beeldhouwkunst niet echt een vroege periode; hun beeldhouwers konden het al. Ze moesten wel wennen aan hun nieuwe opdrachtgevers!
Niks ideale sporters. Echte mensen moesten het lijken!
Ze beeldhouwen heel realistisch. De keizer op de munt is herkenbaar, dat kon je checken. Kijk maar naar de koppen hierbij; met pukkels, plooien en haakneuzen, helemaal echt.


Romeinse Keizers.









Grieken van 800 – 100 voor Chr.

Romeinen van 300 voor Chr. tot 476 na Chr.

Dus de Klassieke Oudheid is ongeveer van 800 vóór tot 476 nà Chr.


Middeleeuwen duren van ca.500 tot ca.1450
In 1453 wordt Constantinopel door Mehmed II onder de voet gelopen en omgedoopt tot Istanbul.
Renaissance (wedergeboorte van de Klassieke Oudheid) duurt van ca. 1400 tot ca 1575.

Het heet dus Middeleeuwen omdat het een tussentijd is midden tussen periodes waarin de Klassieke Oudheid belangrijk is. Ze worden nog al eens duister genoemd omdat het leven zo ontzettend zwaar was voor de meeste mensen. Niet voor die paar koningen en prelaten, maar voor het gewone volk. Om de zoveel jaar zijn er misoogsten, breken er afschuwelijke ziekten uit (de pest van tijd tot tijd) of worden hele streken onder de voet gelopen door rondrovende troepen. De mensen zijn bijgelovig en makkelijk bang te maken. De geneeskunde bestond uit kwakzalverij met zalfjes en aderlaten. Meer dan een kies trekken kon de dokter niet en verdovingen waren er niet. Daarbij genomen dat de gewone mensen een soort lijfeigenen waren van de landeigenaar maakt het leven van de gewone mens uitgesproken zwaar.

Terug naar het overzicht.