Terug naar het overzicht.

 

Orfisme, voortgekomen uit het Kubisme.

De Orfisten wilden alles. Èn kleur, èn vorm, èn contrast, èn beweging.

Eigenlijk zijn het maar een paar kunstenaars, maar ze vallen wel op tussen de grijze kubisten, de kleurig rauwe expressionisten en de drukke futuristen. Orfistisch werk heeft vaak iets dromerigs. Het is kleurrijk en contrastrijk, maar schreeuwt niet. Er zijn gefragmenteerde vormen gebruikt, maar die vloeien in elkaar over, mede door de kleur. Je ziet vaak 'nieuwerwetse' zaken in de schilderijen, maar ze dringen zich niet op. Het blijft een bescheiden feestje.

Er zijn maar een handjevol Orfisten, en ze verblijven allemaal in of rond Parijs in de jaren 1910 - 1915. Toch drukken ze hun stempel op de kunst. Ze laten zien - decennia na de impressionisten - hoe de zon de bron van leven en kleur is. Dus zie je veel kleur en kleurovergangen, alsof het licht in een prisma weerkaatst.

Er ontstaan lyrisch-abstracte figuren met veel vlakjes en contrasterende kleuren.

Ritme en kleur, Delaunay, 1912
Rode IJffeltoren, R Delaunay, 1912 Franticek Kupka
Sonia Delaunay, Ritme en kleur, 1912   Robert Delaunay, rode ijffeltoren, 1912

  Franticek Kupka,
De schijf van Newton, 1912


Terug naar het overzicht.