Terug naar het overzicht.


Weissenbruch, Vissersboten op het strand Alles lag klaar, was los van elkaar - door verschillende mensen - ontdekt en in de 19de eeuw werden door weer andere, nieuwe ondekkers verbanden gezien die leidden tot nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld over waarnemen.
- menselijke waarneming wordt bepaald door licht dat op een voorwerp valt en teruggekaatst wordt
- de teruggekaatste lichtvlekken worden via het netvlies door de hersenen geregistreerd als vormen en kleuren
- vanuit dit principe wilden de Impressionisten uitsluitend weergeven wat op hun netvlies viel; vlekjes van licht en kleur.

Voor de kunst heeft dit verstrekkende gevolgen. Kunstenaars kijken al anders - en vaak zorgvuldiger - naar de dingen.  Nu wordt dat kijken een hype.
Observatie van het telkens wisselende effect van licht op kleur (dus ter plekke / buiten geschilderd); met de kleur worden verschillende sferen, stemmingen gecreëerd. En natuurlijk het gebruik van zuivere kleuren complementaire kleuren in de schaduw ipv zwart of bruintinten. Zwart is immers: licht uit!
Het licht is het onderwerp, wat er wordt afgebeeld (schijnbaar alledaagse taferelen) is minder belangrijk.
 Monet, Regatta
Daarnaast is de fotografie in opkomst. Amper 20 jaar na de ontdekking is het al een bloeiende bedrijfstak. Door de kunstenaars met argusogen begekeken omdat die zich bedreigd voelen. Een foto is immers sneller en goedkoper dan een portretschilderij! Toch gebruiken de kunstenaars ook foto's en hebben ze bijna alleemaal een camera, als geeft bijna niemand dat toe. Fotografie wordt niet tot kunst gerekend, maar als kunstje gezien. te makkelijk. Een beetje chemie, op een knopje drukken, weer wat chemie; Klaar is Kees. Daar hoef je geen talent voor te hebben, meende men. (Ondertussen weten we dat er hele slechte en erg goede fotografen zijn.)

Deze nieuwe manier van kijken heeft invloed op de schilderkunst in:
- toevalligheden in de uitsnede; door de snelheid kan niet het hele vlak gecontroleerd worden en past er soms toch iets niet op. Dat geeft niet, ons oog maakt dat er bij als we naar het schilderij kijken.
- afsnijdingen soms staan mensen, dieren en objecten er maar half op. Dat was voor die tijd ook wel eens, maar is nu meer regel dan uitzondering.
- momentopnames; je kunt zien dat de situatie zo weer voorbij kan zijn, dansende mensen, rennende dieren.
- Forse toets, snel geschilderd: het zijn immers momentopnames
- Invloed fotografie in gestolde bewegingen; straatscênes, rijdende karren, vage gestalten, reflectie op kletsnatte straten.

Haagse school:
- Hollands landschap, deze groep schildert graag buiten in de natuur.
- Overwegend groene, grijze en bruine tinten.

Amsterdamse School:
- vooral stadsgezichten en het uitgaansleven,
- meestal sombere kleuren.

Het kleurgebruik van de Franse impressionisten is veel uitbundiger en helderder dan van de Hollandse impressionisten. Hier rechtsboven zie een klein en snel schilderijtje van Monet van een zeilwedstrijd. Je zou er een vakantiegevoel van krijgen, zo licht en fris.

Monet, Waterlelies Israëls, Parasol Hollandse winter
 Monet, Waterlelies. Frans Impressionisme.  Israëls, Parasol (detail). Haagse school.  Hollandse Winter.

Georg Breitner, Het oorringetje
Niet alleen de fotografie beïnvloedt de schilderkunst, ook het Japonisme zie je duidelijk terug. 
Japonisme betekent hier: Neiging om Japans- of Chineesachtige dingen te verwerken in schilderijen.
Hier rechts zie je in het schilderij 'Het oorringetje' van Breitner; een vrouw met een kimono aan, een soort kamerscherm erbij en een 'onnederlandse' gestileerde vorm. Geen Hollandse boerin, maar een tengere, bleke verschijning.
Men wist het verschil trouwens niet zo, het verschil tussen Japanners en Chinezen.....


Pointilisme.
Luminisme, divisionisme of Pointillisme wetenschappelijke benadering vanuit kleurenleer
- kleuren mengen op het netvlies, niet op het doek. Op het doek zijn de kleuren zuiver en niet gemengd, hooguit met wit.
- beeld is opgebouwd uit kleine stippen. Er wordt dan ook eindeloos gewerkt aan de schilderijen. Het is allang geen impressie meer. Aan de grotere werken wordt máánden gestippeld.
- complementaire kleuren naast elkaar om extra kleurkracht te geven (vooral in de donkere partijen).
- helder licht. Het regent zelden op deze schilderijen.

Theo van Rijsselberge, 1881 Theo van Rijsselberge, detail.
  Theo van Rijsselberge, 1881    Detail. Echt allemaal gekleurde stipjes.

Fotografie.
De Camera Obscura, of ‘Duystere kamer’ zoals de Camera Obscura in de zeventiende eeuw ook wel werd genoemd, is een toestel met een kleine opening (vaak met een glazen lens ervoor) dat licht binnen liet in een doos of donkere kamer om op een vlak een beeld te projecteren van de buitenwereld. Het principe is hetzelfde als bij een fotocamera, maar het beeld kan niet worden vastgelegd zoals bij een foto.
Niépce Niepce maakte in 1822 de 1e permanente foto, een HELIOGRAFIE, met een camera obscura. Belichtingstijd: 8 uur.
Hij gebruikte jodiumdamp om de zilverkristallen te verdonkeren. (Niet heel gezond..) Fixeren was het probleem.
Hij werkte later samen met Daguerre, die zijn uitvinding vervolmaakte. Daguerre Daguerrotype (1839) verzilverde een koperplaat met jodiumdamp, ontwikkeld met kwikdamp, gefixeerd met keukenzout, belichting 15 minuten!
Fotografie ging verder in het afbeelden van de werkelijkheid dan de beeldende kunst.

Terug naar het overzicht.